Evalueren
dinsdag, maart 11th, 2008Testen opstellen vind ik zowat het moeilijkste wat er is. Door de lerarenopleiding weet ik dat je moet proberen je doelstellingen en verder niets te testen. Ik probeer dit dan ook toe te passen. Als ik wil dat leerlingen primitieve functies kunnen bepalen van enkele basisvormen dan vraag ik dat. Maar wat als ik wil dat leerlingen “niveau” halen. Kan ik op een test een moelijker, open probleem vragen? Ik vind van niet en ben het daar dus eens met wiskundeblogger Dan Meyers.
Ik vind wel dat ik moeillijke problemen kan meegeven als huiswerk, hetgeen ik niet quoteer maar uiteraard wel verbeter. Ik vind ook dat ik leerlingen klastaken kan geven waarbij ze het open of moeilijke probleem zelfstandig of in kleine groep proberen te kraken. De resultaten daarvan neem ik echter liever niet op in mijn puntenboek. Wel in de kwalitatieve beoordeling die een leerling krijgt in de commentaren bij zijn rapport, en uiteraard ook op klassenraden.
Met die filosofie in het achterhoofd ben ik net een klein experiment gestart. Mijn leerlingen hebben enkele weken terug een blad gekregen met alles wat ze voor het uitrekenen van integralen, zowel bepaalde als onbepaalde, moeten kunnen. Dit opgelijst en opgedeeld in genummerde deelvaardigheden. Bij elke vaardigheid hoort een rits oefeningen. De oplossingen hebben ze ook, tussenstappen niet. Ze kunnen hun uitkomsten dus zelf nakijken. Tijdens de lessen ligt er vooraan in de klas wel een bundel met volledig uitgewerkte oefeningen.
Ze kregen van mij ook een overzicht met wat wanneer geevalueerd wordt. Ze krijgen per deelvaardigheid 3 kansen, maar mogen er meer vragen (dit moet dan tijdens inhaaltestmomenten of tijdens een studieuur). Het beste cijfer dat ze haalden is het cijfer dat op hun rapport verschijnt. Slechte cijfers worden overschreven. Wel moeten ze om 100% te halen voor een bepaalde vaardigheid 2 keer een vraag over die vaardigheid foutloos beantwoorden (Elke vaardigheid telt mee voor 5 punten, een eerste keer dat je alles juist hebt op een vraag heb je 4/5, de tweede keer 5/5).
